meest voorkomende woorden in het Italiaans

De 200 meest voorkomende woorden in het Italiaans, in volgorde van frequentie:

non niet
e en
che dat
la, il, i, gli, le, lo, l’ de / het
essere zijn (werkwoord)
un, una een
a naar / in
per per
in in
avere hebben
ma maar
cosa ding / wat
con met
come zoals
no Nee
io ik
questo dit / deze
qui hier
bene goed
tutto alles
più meer
fare doen
quando wanneer
perché waarom
ora nu
andare gaan
sapere weten
o of
mai nooit
così zo
chi wie
dire zeggen
quello dat / die
molto veel
anche ook
volere willen
niente niets
stare staan
grazie dank u
dove waar (vragend vnw.)
potere kunnen
allora dan
fa geleden
prima eerst
noi wij
due twee
casa huis
ancora nog
qualcosa iets
vero waar (znw.)
su op
sempre altijd
loro zij / hun
altro ander
signore heer
dovere moeten
tempo tijd
forse misschien
certo zeker
vita leven (znw.)
fuori buiten
uomo man
adesso nu
davvero echt waar
anno jaar
poi dan
vedere zien
via weg / straat
parte deel
credere geloven
volta keer
quanto hoeveel
ciao tot ziens
nessuno niemand
amico vriend
dopo na
padre vader
qualcuno iemand
posto plaats
lavoro werk
meglio beter
già al
giorno dag
ogni ieder
senza zonder
venire komen
ecco zie hier / alstublieft
male slecht
troppo te veel
qualche de een of ander
tanto zoveel
mamma mama
modo manier
grande groot
tra tussen / over
prego alstublieft
sembrare lijken
quindi dus
guardare kijken
soldi geld
parlare spreken
gente mensen
aspettare wachten
madre moeder
momento ogenblik
nuovo nieuw
mondo wereld
forza kracht
figlio zoon
dentro binnen
oggi vandaag
ragazzo jongen
pensare denken
giusto juist
avanti tevoren / vooruit
nome naam
daar
donna vrouw
notte nacht
subito plotseling
sapere weten
signora mevrouw
testa hoofd
portare dragen
porta deur
bello mooi
sicuro zeker
sentire horen
tipo type
appena nauwelijks
sotto onder
idea idee
paura angst
buono goed
lo stesso hetzelfde
moglie echtgenote
presto snel
problema probleem
capire begrijpen
papà papa
insieme samen
tesoro schat
domani morgen
ragione reden
storia verhaal
caso geval
nulla niets
prendere nemen
fino a tot
qua hier
trovare vinden
macchina auto
terra land
dare geven
mano hand
famiglia familie
fratello broer
scusa excuus
letto bed
secondo tweede
fine einde
polizia politie
piano langzaam
meno minder
capo hoofd / chef
primo eerste
neanche ook niet
quale welke
daar
strada weg
occhio oog
salve hallo
persona mens
quasi bijna
indietro terug
acqua water
mentre terwijl
sera avond
tornare teruggaan
contro tegen
bambino kind
abbastanza genoeg / nogal
chiamarsi heten
finire afmaken
guerra oorlog
veramente echt
piccolo klein
cuore hart
nemmeno niet eens
città stad
giù beneden
forte sterk
bravo bravo / kundig
stasera vanavond
numero aantal / nummer
felice gelukkig
perdere verliezen
punto punt
vecchio oud
uscire uitgaan